Groepen en indeling

 

Er zijn diverse categorieën, te weten:

 

Jeugd:  Categorie 1 – jongens 8 jaar, meisjes 8 & 9 jaar

            Categorie 2 – jongens 9 jaar , meisjes 10 jaar

            Categorie 3 – jongens 10 jaar, meisjes 11 jaar

            Categorie 4 – jongens 11 jaar, meisjes 12 jaar

            Categorie 5 – jongens 12 jaar, meisjes 13 jaar

            Categorie 6 – jongens 13 jaar, meisjes 14 jaar

            Categorie 7 – jongens 14 jaar, evt. meisjes 14 jaar

Nieuwelingen:  15 & 16 jaar

Junioren: 17 & 18 jaar

Bij de nieuwelingen en junioren fietsen de jongens en meisjes aparte wedstrijden.

Aan het begin van het seizoen ga je over naar de volgende categorie, dat wil zeggen dat je fietst in de categorie van de leeftijd die je in dat jaar zult worden.

Dus ben je een jongen en wordt je bijv. 12 augustus 11 jaar dan rijdt je het hele seizoen in categorie 4 je wedstrijden, ben je een meisje dan rijdt je in categorie 3.

Er kan met een geldige reden dispensatie aangevraagd worden bij de KNWU voor het rijden in een categorie lager of hoger.

 

JEUGD WIELRENNEN

  • CATEGORIE-INDELING

De jeugdcategorie bij het wielrennen bestaat uit jongens en meisjes van 8 t/m 14 jaar. Je mag gaan wielrennen in het jaar dat je 8 wordt.
Jeugdwedstrijden worden in verschillende (leeftijds)categorieën verreden. Meisjes mogen altijd in de categorie rijden met jongens die een jaar jonger zijn

Categorie 1 Vanaf het jaar waarin je 8 wordt
Categorie 2 Jongens die dit jaar 9 worden of zijn, Meisjes die dit jaar 10 worden of zijn
Categorie 3 Jongens die dit jaar 10 worden of zijn, Meisjes die dit jaar 11 worden of zijn
Categorie 4 Jongens die dit jaar 11 worden of zijn, Meisjes die dit jaar 12 worden of zijn
Categorie 5 Jongens die dit jaar 12 worden of zijn, Meisjes die dit jaar 13 worden of zijn
Categorie 6 Jongens die dit jaar 13 worden of zijn, Meisjes die dit jaar 14 worden of zijn
Categorie 7 Jongens die dit jaar 14 worden of zijn

  • AANMELDING

Als je wilt gaan wielrennen, moet er nogal wat geregeld worden. Je meld je aan bij een wielerclub en je club meld je dan aan bij de KNWU,hierbij ontvangt men tevens een basislidmaatschap waarmee je verzekerd bent op de training en een clubwedstrijden kunt fietsen. van de KNWU ontvangt je een welkomstmail met een inlogcode om eventtuweel je licentie aan te vragen. Een licentie is een kaartje dat aangeeft dat je van de Koninklijke Nederlandsche Wielren Unie (KNWU) mag deelnemen aan knwu wedstrijden. Door zo'n kaartje ben je ook verzekerd tijdens de trainingen en wedstrijden. De prijs van een licentie is €31 (2013) en hiermee mag je overal aan meedoen. Verder heb je een fietshelm, kleding en schoenen nodig
CHIP/TRANSPONDER
Omdat de KNWU bij alle jeugdwedstrijden chipmeting gaat toepassen voor het vastleggen van de uitslag moet voor het rijden van categorie II wedstrijden (de wedstrijden waarvoor een licentie is vereist) ook een chip/transponder worden aangeschaft bij Mylaps (meer informatie op de website van mylaps).
De kosten hiervoor bedragen bij aankoop: € 85,- en bij huur het eerste jaar € 35,- en voor elk volgend jaar € 25,- per jaar (prijzen 2011).
(NB: Iemand die al in het bezit is van een Mylaps-transponder van bv. het schaatsen, kan deze bij de KNWU registreren.)

  • MATERIAAL

Voor je een fiets gaat aanschaffen, moet je wel weten wat je gaat kopen. Het is wellicht raadzaam even te vragen waaraan een fiets zoal moet voldoen. Ook bestaat de mogelijkheid bij de kwc voor bepaalde tijd een fiets te lenen (indien beschikbaar). Een fiets mag niet te groot of te klein zijn, en het verzet (verhouding aantal tanden op grootste voor-tandwiel en kleinste achter-tandwiel) moet zodanig zijn dat per pedaalslag (eenmaal rond) niet meer dan de maximale afstand in de tabel wordt afgelegd. Per categorie zijn die afstanden verschillend. Zie hiervoor jeugdwielrennen.nl (ook voor meer informatie). Alle categorieën mogen met voor- en achterderailleur rijden, dus met meer tandwielen om te kunnen schakelen (meestal twee voor en vijf tot tien achter). Verder moeten er goede remmen op zitten en geen accessoires zoals pompen, toeters enz. (computer en bidonhouder mag wel) Alleen categorie 5, 6 en 7 mogen tijdens wedstrijden met een bidon rijden. De helm moet (verplicht) een "harde schaal" helm zijn.
Ook goed zittende schoenen zijn van belang. Onder de schoenen zitten klemplaatjes. Zodra er een beetje ervaring is gaan de wielrenners clickpedalen gebruiken, waar die plaatjes inpassen en waarmee de schoenen vast op de pedalen worden gezet.
Draag witte sokken in de schoenen, dat staat mooier dan allerlei gekleurde sokken. De kleding moet altijd schoon zijn. Dat staat netjes verzorgd bij de wedstrijden en is ook een eis van de sponsor. Vooral de koersbroek moet goed schoon gehouden worden, je zit namelijk met je blote bibs in de broek op het zeem. Infecties e.d. aan je zitvlak zijn vaak zeer pijnlijk. Handschoentjes zijn prettig en bij eventuele valpartijen bieden ze bescherming. Heb je een valpartij meegemaakt dan moeten vooral de schaafwonden goed verzorgd worden. Houd ze bovenal droog als het kan!

  • TRAININGEN

De trainingen worden in overleg met de trainer/trainster gedaan. Dit i.v.m. de schooltijden. De training is op de woensdagavond. Kun je een keer niet trainen dan is het normaal dat je afmeldt bij je trainer.

  • INSCHRIJVEN VOOR DE WEDSTRIJDEN

Je kan je zelf digitaal inschrijven voor de wedstrijden via www.knwu.nl/mijnknwu .Het is ook wel handig om aan je jeugdleider te laten weten aan welke wedstrijden je me doen.
Je kan inschrijven tot 72 uur voor aanvang van de eerste wedstrijd.
Het is voor de organisator van een wedstrijd erg vervelend als veel renners wegblijven, of als er (op het laatste moment) veel moeten worden bijgeschreven. Als je dus aan je jeugdleider had laten weten dat je mee zou doen, en je kan toch niet, zeg dat dan zo gauw mogelijk tegen hem, zodat de organisatie op de hoogte kan worden gebracht.
Reglementair gezien, mag je onbeperkt aan wedstrijden deelnemen. Natuurlijk betekent dat niet dat de KNWU het verstandig vindt als een jeugdrenner iedere dag aan een wedstrijd mee doet. Ieder mens heeft van tijd tot tijd rust nodig, en jeugd zelfs wat meer. Daarnaast mogen er pas wegwedstrijden worden georganiseerd vanaf April. (inter)clubwedstrijden mogen al wel eerder.
Van een wedstrijd wordt je niet alleen lichamelijk moe, het brengt ook spanning met zich mee. Ook daarvan moet je bijkomen

  • WEDSTRIJD & VERVOER

Het vervoer naar de wedstrijden moet je zelf regelen. Heb je geen vervoer , bel dan een clubgenootje of eventueel de jeugdbegeleider. Neem een stoeltje of iets dergelijks mee, de hele tijd staan is soms te lang. Eten en drinken is ook erg belangrijk. Nog iets neem ook een paar veiligheidsspelden mee. Vaak zul je zien dat er net niet genoeg spelden aan een rugnummer zitten om die op je rug te bevestigen. Maar ook een reserve binnenband is erg handig, wanneer je bij het inrijden lek rijdt. Daarbij is een pomp ook onmisbaar. Steeksleutels 8/9 en 10/11 en inbus 5 en 6 mm zijn voor een beetje sleutelaar prettige hulpmiddelen om snel nog even wat vast te zetten aan de fiets. Een jeugdbegeleider kan niet alles verzorgen.
Zorg dat je op tijd aanwezig bent en vergeet je clubkleding niet! Vaak kun je een half uur voor aanvang van de wedstrijd inrijden en het parcours verkennen. Let op hoe de bochten liggen, waar je veel tegenwind kunt verwachten, of er gaten of kuilen in de weg zitten, waar het smal is etc.
Je rugnummer kun je ophalen bij de jeugdleider. Zorg ervoor dat het rugnummer goed zichtbaar is. Kijk even waar de jurywagen staat. Staat de jurywagen links van het parcours dan ook het rugnummer iets naar links. Het rugnummer hoort vlak boven je billen en niet tussen de schouderbladen.
Voordat je naar de start/finish gaat kom je eerst in een fuik. Dit is de plaats voor de start waar de renners zich opstellen en waar meestal ook het verzet en de fiets gecontroleerd wordt. Maar ook andere zaken zoals remmen, helm, rugnummer kunnen worden gecontroleerd. Je naam en/of nummer wordt afgeroepen en dan fiets je naar de startlijn.
Bij sommige gevallen van pech wordt een ronde vergoeding gegeven. Kun je echt niet verder fietsen, dan moet je je afmelden. Dit doe je door langs de jury te gaan en je hand op te steken. Of je gaat direct na het afstappen even naar de jury toe om dit te melden. Maar ook naar de jeugdbegeleider als hij het nog niet zou weten, hij moet dit ook horen.
De meesten komen gelukkig gewoon over de finish. Zorg er wel voor dat je de handen aan het stuur hebt ! Geen twee handen juichend omhoog want dan gaat de jury over tot diskwalificatie, omdat dit heel gevaarlijk is en er heel gauw valpartijen kunnen gebeuren.
En dan kom je over de streep en denk je zou ik nog een prijs hebben? Hoeveel prijzen er zijn is niet precies te zeggen, dat verschilt per wedstrijd. Er zijn altijd drie prijzen voor de eerste drie renners, zij komen op het podium.
Normaal lever je je rugnummer in bij de jeugdbegeleider die ze weer inlevert bij de permanence (zo heet de plek waar de rugnummers worden uitgedeeld). Maar af en toe mag jezelf het nummer inleveren, vaak bij JSW (Jeugd Selectie Wedstrijd). Je krijgt dan een herinnering (vaantje, petje of iets dergelijks).

  • VOEDING

Goede voeding is belangrijk, maar dat haal je niet uit speciale drankjes en reepjes. Gewoon Brinta, aardappels, groente, macaroni etc. zijn nog altijd de beste voeding. Zorg ervoor dat je een flinke tijd voor de wedstrijd of training hebt gegeten, anders krijg je last van je maag. Je kunt eventueel vlak voor de wedstrijd wat druivensuiker nemen. Een banaan is ook zeer populair bij de jeugd.Vergeet niet te drinken. Vooral op warme dagen is een goede vochthuishouding belangrijk. Gewoon water is erg goed.

  • ONDERHOUD VAN DE FIETS

Ook de fiets moet goed onderhouden worden. Dus controleer alle onderdelen van je fiets regelmatig. Doen de remmen het nog goed, is er speling in je spaken, is de ketting goed gemeerd en is de spanning van de band nog goed. Kijk of het zadel nog goed vast zit en of de hoogte nog goed is. Ook moet je af en toe nagaan of je speling hebt in je stuur en de assen van je wielen. Maak de fiets regelmatig schoon!!
Banden moeten hard opgepompt zijn , tenminste 7 atm of bar, en nog een goed profiel hebben. Reserve spullen en klein gereedschap (zoals al eerder genoemd) kan zeer nuttig zijn. Maar voorkomen is beter dan genezen.
Laat een ander ook eens naar de fiets kijken, bijvoorbeeld of de zit wel lekker is. De stand van het zadel is heel belangrijk. Een goede framehoogte natuurlijk ook, maar met een langere zadelpen en stuurvoorbouw is veel goed te maken.

  • VELDRIJDEN

Balans krijg je beter onder de Veldrijden, crossen of cyclocrossen is een herfst en winter aangelegenheid. Veldrijden doe je uiteraard in het veld en in de bossen. Daarbij hoort af en toe een stukje (hard) lopen met opgetilde fiets over stukken die niet te doen zijn op de fiets. Je wordt er wel vies van door stof en modder, vooral tijdens slecht weer. Maar de meeste wielrenners vinden het prachtig. Moeders vaak niet vanwege de vieze was. Vaders vinden het ook niet zo leuk vanwege het vele poetsen en smeren van de ketting. Veldrijden is wel zwaarder dan op de weg, maar je leert er goed van sturen en ook het beheersen van de fiets (evenwichtknie. Valpartijen zijn niet erg omdat je minder snel gaat en vaak in het zand of gras